Glooiend glijden de wijngaarden in het vredige landschap aan mij voorbij. De kilometerteller geeft aan dat ik bijna onder de minimumsnelheid rijd. Veertig kilometer per uur, de enig juiste vitesse om in alle rust de omgeving van de Sauternes in me op te nemen. En ik stoor er nog niemand mee. De lucht is vochtig en broeierig. De koude dampen van het riviertje Ciron mengen zich met de warmte van de nazomer. Hier gedijt de schimmelbacterie botrytis cinerea optimaal. Deze nestelt zich in het najaar op de schil van de druiven. De hele wijnproductie in dit gebied staat of valt met de aanwezigheid van deze schimmel.
Inmiddels heb ik de ‘zoete’ wijngaarden van Barsac, met zijn rode klei en mergel, achter me gelaten en zie ik ze overvloeien in de strengere grond van zijn beroemdere grote broer, de Sauternes. Beide wijngebieden zijn niet groot en maken goddelijke zoetwijnen, maar qua naam en faam moet de iets frissere en fruitigere Barsac jammer genoeg nog het onderspit delven.

Aan het eind van de weg glanst het gemeentebordje met de naam Sauternes me tegemoet. Ik schakel mijn auto terug naar fietssnelheid en laat me bijna geruisloos het dorpje inrollen. Zo wereldwijd beroemd, en eigenlijk toch zo weinig om het dorpse lijf. Een paar straten met de gebruikelijke bakkers en slagers. Een pleintje waar opmerkelijk veel auto’s in de zon staan te bakken. Mijn oog valt op een uithangbord: Le Saprien, Restaurant. Het is nog maar net middag, maar het vooruitzicht van het proeven van zoete wijnen maakt hongerig. Ik betreed het restaurant. Geen kip te bekennen. Ik loop door naar achteren, naar het terras. Bomvol! En dat nog wel op een dinsdagmiddag.

Een personeelslid ziet de teleurstelling op mijn gezicht. Binnen enkele minuten is er een tafeltje bijgezet en zit ik onder de platanen met uitzicht op de wijngaard. De lunchkeuze en wijn laat ik over aan de sommelier en binnen notime staat mijn tafel vol met acht verschillende flessen Sauternes. De wereldberoemde zoete wijnen, waarin de sémillon en de sauvignon blanc domineren, en soms de muscadelle een bijrol speelt. Voor jong tot oud, van prestigieus tot easy drinking.

“U bent hier aan het juiste adres om te leren dat deze zoetwijnen gemaakt zijn om te passen bij de meest uiteenlopende gerechten,” licht de sommelier toe met een trotses glimlach.

Hoe zoet kan
het leven zijn!

toe. “Ideaal voor onze carpaccio, een visgerecht, of juist bij die gegrilde entrecote.” Ik begrijp al snel dat al hun gerechten bedoeld zijn om zich te onderwerpen aan dit vloeibare goud. En aan mij het grote plezier om dat in combinatie met alle flessen uit te proberen.

Karamel, abrikoos, stroop, mandarijn, rozijn, kruiden, sinaasappel, salmiak, marmelade, butterscotch; het woord ‘zoet’ is ontoereikend om de lading te dekken van al die prachtige schakeringen die in deze wijnen verborgen zitten. Maar hoe tegenstrijdig: het zijn juist de zuren die ze zo spannend maken. Na enkele glazen merk ik dat ik het flink aan het innemen ben, maar de sommelier stelt mij gerust: “Van zoete wijn drink je minder dan van wit of rood.”

Bovendien is het sulfietgebruik de laatste jaren drastisch verminderd, dus voor hoofdpijn hoef je niet bang te zijn. En dankzij de suiker en de alcohol blijft een geopende fles dagen goed; haast is er dus niet bij. Enige dagen na mijn inval in ‘het zoete’, vervolg ik mijn weg nog kalmer dan toen ik arriveerde, terwijl het bordje Sauternes langzaam in mijn spiegel verdwijnt.

Hoe zoet kan het leven zijn.

Janna Rijpma is wijnexpert en publiceert in allerlei periodieken, zoals Spits, Miljonair en JFK. Ze is lid van nationale en internationale wijnjury’s, geeft lezingen en organiseert speciale ‘vino-culi’-bijeenkomsten voor onder andere het bedrijfsleven.

De kleuren van zoet

Visagie en styling Mariëlle Essenstam Fotografie ©Caplan: Mark van Stokkom