Aan het eind van de weg glanst het gemeentebordje met de naam Sauternes me tegemoet. Ik schakel mijn auto terug naar fietssnelheid en laat me bijna geruisloos het dorpje inrollen. Zo wereldwijd beroemd, en eigenlijk toch zo weinig om het dorpse lijf. Een paar straten met de gebruikelijke bakkers en slagers. Een pleintje waar opmerkelijk veel auto’s in de zon staan te bakken. Mijn oog valt op een uithangbord: Le Saprien, Restaurant. Het is nog maar net middag, maar het vooruitzicht van het proeven van zoete wijnen maakt hongerig. Ik betreed het restaurant. Geen kip te bekennen. Ik loop door naar achteren, naar het terras. Bomvol! En dat nog wel op een dinsdagmiddag.
“U bent hier aan het juiste adres om te leren dat deze zoetwijnen gemaakt zijn om te passen bij de meest uiteenlopende gerechten,” licht de sommelier toe met een trotses glimlach.
het leven zijn!
toe. “Ideaal voor onze carpaccio, een visgerecht, of juist bij die gegrilde entrecote.” Ik begrijp al snel dat al hun gerechten bedoeld zijn om zich te onderwerpen aan dit vloeibare goud. En aan mij het grote plezier om dat in combinatie met alle flessen uit te proberen.
Karamel, abrikoos, stroop, mandarijn, rozijn, kruiden, sinaasappel, salmiak, marmelade, butterscotch; het woord ‘zoet’ is ontoereikend om de lading te dekken van al die prachtige schakeringen die in deze wijnen verborgen zitten. Maar hoe tegenstrijdig: het zijn juist de zuren die ze zo spannend maken. Na enkele glazen merk ik dat ik het flink aan het innemen ben, maar de sommelier stelt mij gerust: “Van zoete wijn drink je minder dan van wit of rood.”
Hoe zoet kan het leven zijn.
De kleuren van zoet