Een van mijn wijn-bedevaartplaatsen is de prachtige stad Bergerac, de hoofdstad van het departement Dordogne, in het Zuid-Westen van Frankrijk. Het gebied is gastronomisch een walhalla, met zijn mooie wijnen en typische streekgerechten van truffel, confit de canard (gekonfijte eend) en foie gras (ganselever) die je daar in tientallen variaties op je bord krijgt.
Door de eeuwen heen hebben vele Nederlanders hier al heel wat voetstappen gezet. Tegenwoordig kamperen we graag langs het kabbelende water van de Dordogne in onze caravans en tenten en delen we het zicht op de rivier met vele andere nationaliteiten. Het romantische en lieflijke aanblik van nu, doet niet vermoeden, dat hier vroeger dagelijks honderden schepen hebben gevaren om duizenden liters wijn te transporteren naar de havenstad Bordeaux. En aan het roer stonden Nederlandse kapiteins. In die tijd, zo tussen 1650 en 1750 waren we een zeer welvarend land. De vraag naar goede wijnen was groot en onze handelsgeest was wereldwijd vermaard. We vertrokken met onze boten via de belangrijkste havens Dordrecht, Amsterdam en Rotterdam naar Bordeaux om vervolgens via de Dordogne-rivier af te zakken naar de stad Bergerac, waar in die tijd mooiere wijnen werden gemaakt dan in de Bordeaux. Honderd jaar lang waren we er kind aan huis en maakten er met de handel van wijn absoluut de dienst uit.
Wat eens de woonomgeving was van de beroemde schrijver Cyrano de Bergerac, de man die letterlijk een ‘grote’ neus had voor goede gerechten en bijzondere wijnen, wordt nu bewoont door Nederlanders die er nu zelf wijn maken. Op mijn laatste rondreis had ik het genoegen om het Château Monestier La Tour te mogen bezoeken. Na diverse smalle weggetjes, reden we nietsvermoedend tot aan een kleine begraafplaats, die in deze omgeving wel zeer op zijn plaats is. Hier vandaan moesten we een goed zicht kunnen krijgen op “Monastier”. En hoe! Het gigantische kasteel dat acht jaar geleden grotendeels door brand is verwoest werd in 1998 eigendom van de Nederlander Philip de Haseth Möller, die het in de oude staat terugbracht. Nu staat het kasteel weer op zijn heuvel te pronken, omringd door haar wijngaarden en lokt ieder voorbijganger naar zijn poorten. De beste wijnmaker uit de streek Guillaume Launay is aangetrokken om de wijn ‘Château Monestier La Tour’ naar grote hoogtes te brengen. Zowel wit als rood liggen op barrique te wachten op zich straks te kunnen meten met de beste wijnen van de Bergerac. De tweede wijn, Clos de Monestier kende in korte tijd al grote successen. In Nederland werden er het afgelopen jaar van de witte (sauvignon blanc/sémillion/muscadelle) en rosé (merlot&cabernet sauvignon) 40.000 flessen verkocht. De frisse witte Bergerac sec geeft alweer een beetje lente in je glas, je proeft wat citrus en een licht bitter in de afdronk. Prima wijn aan tafel. De “Nederlandse” wijn staat al bij veel restaurants te pronken op de wijnkaart en daar kunnen we best een beetje trots op zijn.